Vrouwen van Suriname

19,95

Vrouwen van Suriname (Oema foe Sranan) is de eerste documentaire film in de Surinaamse taal. De film geeft een beeld van de positie van vrouwen in het licht van de koloniale erfenis. Bittere armoede, ondanks de rijke bodemschatten (bauxiet) en de vruchtbare grond. We zien beelden van protestacties en van de viering van de onafhankelijkheid (1975). De corruptie van de overheid krijgt gestalte in de figuur van de toenmalige premier Arron. Er is een kleine rol van Bram Behr, een van de vermoorden van de decembermoorden.

Categorie:

Beschrijving

“Vrouwen van Suriname” (1979) laat zien wat de positie is van de Surinaamse vrouwen in het licht van de koloniale erfenis. De door Nederland ingebrachte veranderingen waren er de oorzaak van dat de mannen naar de steden moesten trekken om in loon­dienst een schamel loontje bijeen te kunnen schrapen. De vrouwen bleven achter en hebben sindsdien een dubbele taak:
Ten eerste zijn zij verantwoordelijk voor de direkte zorg voor de kinderen, ten tweede moeten zij (bij)verdienen in de land­bouw of als schoonmaaksters bij de rijkeren.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vier vrouwen komen in deze film aan het woord:
Jetty Meurzin: werkloze moeder van 11 kinderen. “Hosselen” van haar en haar zonen houdt het gezin staande.
Sonja Boek­staaf: een alleenstaande moeder van 3 kinderen, die naeen verblijf van 3 1/2 jaar in Nederland terugkeerde naar Suriname.
Somai Harpal: landbouwersvrouw met 4 kinderen. Van kindsaf in de rijstbouw zonder enige vooruitgang.
Sylvie Fernant: alleenstaande moeder van 9 kinderen. Schoon­maakster, die zich met een hongerloon door het dagelijks leven slaat.

De film is opgdragen aan Sery, een vrouw die in 1711 de kolo­niale machthbbers trotseerde en een symbool is geworden voor de strijd van de Surinaamse vrouwen. De lijn uit dit verleden, toen de winsten van de handelsgewassen volledig naar Nederland terugvloeiden, wordt naar het heden doorgtrokken: Het zijn nog steeds de Nederlandse kapitalisten samen met de Amerikaanse, die profiteren van de industrialisatie. De Surinaamse rijkdom­men, zoals de bauxiet, komen volledig ten goede aan de bedrij­ven uit deze landen. In Suriname zelf verdient 70% van de mensen minder dan f 300 in de maand.

Vele Surinamers trekken naar Nederland om de uitzichtloze situatie te ontvluchten. Maar hier krijgen ze te maken met diskriminatie (o.a. spreidingsbeleid), slechte huisvesting (dure, vieze pensions) en werkloosheid.

In de film wordt de strijd tegen de onrechtvaardige strukturen in Suriname geillustreerd met beelden van een landbezetting door Javaanse en Hindoestaanse boeren. Dat is een protest tegen dreigende ontruiming ten behoeve van een grootschalig landbouwprojekt. In Nederland wordt de Bijlmerkraakaktie onder de loep genomen, een aktie tegen het spreidinsbeleid van de Nederlandse overheid waardoor Surinamers en buitenlanders gedwongen zijn in dure pensions te wonen, terwijl in de Bijl­mer vele flats leeg staan.

Het einde van de film toont een wat optimistischer beeld: De viering van een jaar onafhankelijkheid en de aktiviteiten in buurtcentra van de vrouwenbeweging. Maar helaas moet er ook opgebokst worden tegen de corrupte overheid, vertegenwoordigd in de persoon van premier Arron. De film eindigt hier; de gebeurtenissen die erna hebben plaatsgevonden zijn bekend.

CITATEN UIT DE FILM:

Sylvie Fernant:
“Je kan je kinderen niet verzorgen. Mijn kinderen moeten de school verzuimen. Ze kunnen niet naar school. Een zoon van me van dertien jaar zit in de derde klas. Een jongen van elf jaar zit in de tweede klas. Ze hebben geen vader om ze te verzor­gen. Ik als moeder moet ervoor zorgen dat ze te eten krijgen. Ik heb een zoon die naar school kan gaan; ik heb hem van school gehaald om te gaan werken. Die jongen heeft de school moeten verlaten. Ik verdien f 56. Zal ik mijn kinderen kunnen verzorgen?

Somai Harpal (landbouwster):
“Ik woon tien jaar op Alkmaar. Ik heb 4 kinderen en ik ben in verwachting van de vijfde. Als er geen landbouwers in dit land waren, zou de regering dan voedsel hebben? Dan zouden ze geen voedsel hebben. Ze zijn ambtenaren. Ze zitten op een kantoor en wachten voordat ze hun produktie hebben en dan pas kunnen ze eten. Maar de landsdienaren krijgen elke maand hun geld. Daarom hebben ze bekomst en kijken ze niet naar de arme men­sen.”

Jetty Meurzing:
“Ik krijg steun van Sociale Zaken. Het is niet veel, f 43,-. Wanneer je naar Sociale Zaken gaat is het een rommel, want dan moet je een uiteenzetting gaan geven van de eerste man waarmee je was, hoe het komt dat je niet meer met die man bent, enzo­voorts. Je moet alles bij ze opgeven, dus moet je een heel toneelstuk spelen voordat je geholpen wordt. Dat vind ik een beetje erg. Daarom wil ik zelfstandig zijn om werk te zoeken. Al verdien ik kan maar f35.

Sonja Boekstaaf:
“Weet je, Ik zag het gewoon niet meer zitten destijds, want er was geen werk. En ja, toen was Nederland de enige oplossig om te gaan. Je kan niet blijven. Ik ben moeder van drie kinderen en je hebt geen werk. En ik had zusters daar zitten in Neder­land en die schreven “kom maar, hier gaat het je beter gaan” en zo ben ik naar Nederland gegaan. Ik woonde op kamers met kinderen. Het is heel vervelend als je met zoveel kinderen op kamers moet wonen. En er zijn heel wat leegstaande woningen in de Bijlmermeer; je kon ze zelf tellen. Toen heb ik besloten te gaan kraken. Ja, het was een spannende tijd. Hoe je je voelde dat hoef je bijna niet te vragen, want elk moment van de dag dat je thuis was dacht je: De politie en de deurwaarder komen ons eruit zetten. Luister, men zegt: “De politie is mijn beste kameraad”, maar wat ik daar zag was niet de beste kameraad, want ze riepen:”Kees, bijt hen!” Toch hebben we, nadat we ons verenigd hadden ons doel bereikt. Negentig van de eerste krakers kregen een woonvergunning.”

Titelsong van de film:
“Wij zijn de vrouwen van Suriname die in de stad en op het platteland wonen en in woede ontsteken: Uitbuiters geven ons dit armoedig bestaan. Buitenlandse uitbuiters bezitten fabrie­ken, bossen, zijn grootgondbezitters. Binnenlandse hielelik­kers verkopen het land en leiden zelf met hun gezin een mon­dain en welvarend leven.”

At van Praag met cameraman Hans Schellinkhout op de set

Vrouwen van Suriname/OEMA FOE SRANAN, Suriname/Nederland, At van Praag, Cineclub Vrijheidsfilms i.s.m. L.O.S.O.N., 53 minuten, kleur, Surinaams, Nederlands.

Extra informatie

Gewicht 98 g
Afmetingen 19 × 14 × 1.5 cm
Bladwijzer de permalink.

Reacties zijn gesloten.